Naar de hoofdinhoud

Pensioen in Spanje: AOW, aanvullend pensioen en belasting

Je AOW blijft gewoon uit Nederland komen, maar Spanje heft er belasting over. Elk jaar buiten Nederland kost 2 procent opbouw, en vrijwillig bijverzekeren kan alleen binnen een jaar na vertrek.

Door San 15 min lezen
Gepensioneerd stel op een terras in een Spaanse kustplaats
Foto: Lorna Pauli via Pexels

In het kort

  • Je AOW blijft gewoon uit Nederland komen. De SVB maakt hem over naar een Nederlandse of een Spaanse rekening, en je Spaanse adres verandert daar niets aan.
  • Onder het belastingverdrag uit 1971 belast Spanje je AOW, je bedrijfspensioen en je lijfrente. Een pensioen uit een vroegere overheidsbaan blijft in Nederland belast.
  • Nederland en Spanje zijn het ambtelijk eens over een nieuw verdrag. In de Kamerbrief van 23 april 2026 staat Spanje als afgerond akkoord waarvoor nog een ondertekeningsmoment wordt gepland. Tot dat verdrag in werking treedt, geldt het oude.
  • Elk jaar dat je buiten Nederland woont zonder verzekerd te zijn, kost 2 procent AOW. Vrijwillig bijverzekeren kan alleen als je je binnen een jaar na vertrek aanmeldt.
  • Een Spaans staatspensioen krijg je pas vanaf 15 jaar premie, waarvan er 2 in de laatste 15 jaar moeten vallen. Voor het recht tellen je Nederlandse jaren wel mee, voor het bedrag niet.

Je verhuist, je pensioen niet

Wie naar Spanje verhuist, houdt een Nederlandse AOW en een Nederlands aanvullend pensioen. Ze worden geen Spaans pensioen. De Sociale Verzekeringsbank blijft de AOW uitbetalen en je pensioenfonds blijft je aanvullend pensioen overmaken, ook als je adres in Moraira of Torrevieja ligt.

Wat wel verandert is de vraag waar je er belasting over betaalt, en of je in Spanje daarnaast nog eigen pensioenrechten opbouwt. Die twee dingen worden in gesprekken vaak door elkaar gehaald. Je pensioen blijft komen; alleen de fiscale route eronder verschuift.

Er zijn grofweg drie situaties, en welke van de drie op jou van toepassing is bepaalt bijna alles wat daarna volgt.

Je hebt alleen in Nederland gewerkt

Je bouwde AOW op en waarschijnlijk ook aanvullend pensioen via je werkgever. Beide worden naar Spanje uitbetaald. Je hoeft daarvoor niets bijzonders te regelen behalve een juist adres en rekeningnummer bij de SVB en bij je pensioenuitvoerder. Spanje betaalt je niets, want je hebt er nooit premie afgedragen.

Je hebt in Nederland en in Spanje gewerkt

Dan bouw je in beide landen rechten op en krijg je later doorgaans uit beide landen een uitkering. De Europese coördinatieregels zorgen ervoor dat je verzekeringsjaren uit het ene land meetellen bij de beoordeling of je in het andere land recht hebt op een pensioen. Dat is het verschil tussen recht en bedrag, en dat onderscheid is belangrijk genoeg om zo dadelijk apart te behandelen.

Je verhuist al voor je pensioen

Dit is de situatie met de grootste financiële gevolgen, en tegelijk de situatie waarin je er nog iets aan kunt doen. Zodra je niet meer in Nederland woont of werkt, stopt je AOW-opbouw. Wie op zijn zestigste vertrekt en pas op zijn 67e AOW krijgt, mist zeven jaar opbouw en daarmee 14 procent van de volledige AOW. Dat verlies is definitief, tenzij je op tijd ingrijpt.

Hoe AOW-opbouw werkt en wat emigratie ermee doet

De AOW is geen spaarpot maar een opbouwregeling die aan wonen en werken hangt. Je bouwt op in de 50 jaar voor je AOW-leeftijd, met 2 procent voor elk jaar dat je in Nederland woont of er verzekerd werkt. Vijftig verzekerde jaren geven 100 procent.

Ieder jaar dat je in die periode niet verzekerd bent, kost 2 procent. Vijf jaar in Spanje zonder verzekering betekent dus een AOW die 10 procent lager uitvalt, levenslang. Dat is geen boete en geen korting, het is simpelweg opbouw die niet heeft plaatsgevonden.

De bedragen waarover het gaat, per 1 juli 2026 en bij een volledige opbouw:

Schuif de tabel opzij voor alle kolommen

SituatieBruto per maandVakantiegeld per maand
Alleenstaand1.662,16 euro104,78 euro
Getrouwd of samenwonend, per persoon1.139,39 euro74,85 euro

Het vakantiegeld bouwt maandelijks op en wordt in mei in één keer uitbetaald. Voor een alleenstaande met volledige opbouw komt het totaal daarmee op ruim 21.200 euro bruto per jaar. Een stel waarvan beide partners AOW ontvangen, zit samen op bijna 29.150 euro bruto. Dat zijn de bedragen waar je de rest van je pensioenplanning omheen bouwt, en voor de meeste mensen is het niet genoeg om alleen van te leven.

Let op de inkomensondersteuning

Naast de AOW kennen Nederlandse AOW-gerechtigden de inkomensondersteuning AOW, ook wel de KOB genoemd. Die toeslag vervalt zodra je officieel buiten Nederland woont. Het gaat om een bescheiden bedrag per maand, maar het valt weg op hetzelfde moment dat je andere kosten veranderen, en het wordt bij emigratieberekeningen regelmatig vergeten.

Vrijwillig bijverzekeren: alleen binnen een jaar

Stopt je verplichte verzekering doordat je naar Spanje verhuist, dan kun je die bij de SVB vrijwillig voortzetten. Daarmee blijf je 2 procent per jaar opbouwen. De voorwaarden zijn hard:

  • Je meldt je aan voor vertrek of binnen 1 jaar nadat je verplichte verzekering is geëindigd. Mis je dat venster, dan vervalt het recht. Dit is de fout die achteraf het vaakst wordt gemaakt.
  • Je was direct voor vertrek minimaal 1 jaar aaneengesloten in Nederland verzekerd voor de AOW.
  • Je kunt je in beginsel maximaal 10 jaar vrijwillig verzekeren, dus je kunt hooguit 20 procent aan opbouw veiligstellen. Voor wie ouder dan 50 is bij de start gelden uitzonderingen op die termijn.

De premie is geen vast bedrag maar een percentage van je inkomen, wereldwijd gerekend. Voor 2026 is dat 17,9 procent, met een minimum van 569 euro en een maximum van 5.693 euro per jaar. Vanaf een inkomen van 38.883 euro betaal je het maximum. Wie zich ook voor de Algemene nabestaandenwet verzekert, betaalt daarbovenop 0,1 procent, met een minimum van 3 en een maximum van 31 euro per jaar.

Of dat loont is een rekensom en geen vanzelfsprekendheid. Bij een modaal inkomen duurt het voor een alleenstaande ruwweg twaalf jaar AOW ontvangen voordat de betaalde premie is terugverdiend, en voor iemand met een partner loopt dat op richting zestien jaar, omdat de AOW voor samenwonenden lager is. Wie weinig of geen inkomen heeft en dus de minimumpremie betaalt, komt er veel gunstiger uit dan wie aan het maximum zit. Reken het door met je eigen cijfers voordat je tekent.

Een Spaans pensioen opbouwen

Werk je in Spanje en draag je premie af aan de Seguridad Social, dan bouw je een Spaans staatspensioen op, de pensión de jubilación. Daarvoor gelden eigen drempels.

Je hebt minimaal 15 jaar premiejaren nodig, waarvan er minstens 2 moeten vallen in de 15 jaar voor je pensioendatum. Haal je precies die 15 jaar, dan krijg je 50 procent van de base reguladora, het gemiddelde van je premiegrondslagen over de laatste jaren. Dat percentage loopt op naarmate je langer hebt afgedragen.

De Spaanse pensioenleeftijd ligt in 2026 op 66 jaar en 10 maanden. Wie 38 jaar en 3 maanden of meer heeft afgedragen, kan al op zijn 65e met volledig pensioen. Vanaf 2027 eindigt de overgangsregeling en wordt het 67 jaar, of 65 jaar bij 38 jaar en 6 maanden premie. Die leeftijden staan los van de Nederlandse AOW-leeftijd, die in 2026 en 2027 op 67 jaar ligt. Het is dus goed mogelijk dat je twee verschillende ingangsdata krijgt.

Samentelling telt voor het recht, niet voor het bedrag

Kom je in Spanje niet aan 15 premiejaren, dan kan Spanje je Nederlandse verzekeringsjaren meetellen om te beoordelen of je recht hebt op een pensioen. Dat heet samentelling. Het bedrag dat Spanje vervolgens uitkeert, wordt alleen berekend over de jaren die je daadwerkelijk in Spanje hebt afgedragen. Zes Spaanse jaren plus dertig Nederlandse jaren kunnen dus wel recht geven op een Spaans pensioen, maar het is een pensioen ter grootte van zes jaar opbouw. Je krijgt geen dertig Spaanse jaren cadeau.

Je hoeft je pensioen niet in beide landen apart aan te vragen. Vraag je het aan in het land waar je woont, dan zet die instantie de aanvraag door naar het andere land. Woon je in Spanje, dan loopt de aanvraag dus via het Instituto Nacional de la Seguridad Social, dat de SVB inschakelt.

Welk land belasting heft over je pensioen

Hier wordt het voor de meeste lezers concreet. Het belastingverdrag tussen Nederland en Spanje uit 1971 verdeelt het heffingsrecht, en de hoofdregel is eenvoudiger dan mensen verwachten.

Schuif de tabel opzij voor alle kolommen

Soort inkomenBelast in
AOWSpanje, als je daar fiscaal inwoner bent
Bedrijfspensioen uit een particuliere baanSpanje
Lijfrente en pensioen in eigen beheerSpanje
Pensioen uit een vroegere overheidsbaan, zoals ABP-pensioen van ambtenaren, militairen en politieNederland
Inkomsten uit je Spaanse woningSpanje, want het vastgoed ligt daar

De eerste drie regels vallen onder artikel 19 van het verdrag, dat particuliere pensioenen aan het woonland toewijst. De vierde regel is de uitzondering: een pensioen dat voortkomt uit een dienstbetrekking bij de overheid blijft aan Nederland toegewezen, ook als je al twintig jaar in Spanje woont. Spanje mag dat overheidspensioen wel meetellen om te bepalen welk tarief het over je overige inkomen hanteert, wat progressievoorbehoud heet.

Dat onderscheid tussen een overheidspensioen en een gewoon bedrijfspensioen levert in de praktijk de meeste verwarring op. Een onderwijzer in het openbaar onderwijs en een onderwijzer op een particuliere school kunnen met een vergelijkbaar pensioen in een ander land belast worden. Wie het niet zeker weet, kan het opvragen bij zijn pensioenuitvoerder.

Vrijstelling van loonheffing aanvragen

Zonder actie houdt je Nederlandse uitvoerder gewoon loonheffing in, ook als Spanje mag heffen. Je betaalt dan feitelijk in Nederland terwijl je in Spanje aangifte doet, en moet het achteraf terugvragen. Dat voorkom je door bij de Nederlandse Belastingdienst een vrijstelling van loonheffing aan te vragen voor je AOW en je aanvullend pensioen. Daarvoor heb je een woonplaatsverklaring van de Spaanse belastingdienst nodig, waarmee je aantoont dat je in Spanje fiscaal inwoner bent. Zie voor die stap ons dossier over fiscaal inwonerschap in Spanje.

Krijg je de vrijstelling, dan ontvang je je pensioen bruto en reken je zelf af met de Agencia Tributaria. Voor een overheidspensioen krijg je die vrijstelling niet, want daarover mag Nederland juist wel heffen.

Hoe Spanje je pensioen belast

In Spanje valt een pensioen onder de inkomstenbelasting, de IRPF, en wordt het behandeld als rendimiento del trabajo, inkomen uit werk. Het telt dus op bij je overige inkomen en gaat door dezelfde progressieve schijven, die in 2026 lopen van 19 tot 47 procent. Dat tarief bestaat uit een landelijk en een regionaal deel, waardoor het eindtarief per autonome regio een paar tienden tot enkele procentpunten kan verschillen.

Voordat je bij die schijven komt, gaat er eerst een aantal posten af. De belangrijkste:

  • Een vast bedrag aan aftrekbare kosten van 2.000 euro, plus 600 euro extra voor gepensioneerden.
  • De reducción por rendimientos del trabajo, een aftrek die hoger is naarmate je inkomen lager is en bij hogere pensioenen op nul uitkomt.
  • Het mínimo personal, het deel van je inkomen dat als bestaansminimum buiten de heffing blijft: 5.550 euro, met 1.150 euro erbij vanaf 65 jaar en nog eens 1.400 euro vanaf 75 jaar.

Voor veel gepensioneerden met alleen AOW en een bescheiden aanvullend pensioen pakt de Spaanse heffing daardoor lager uit dan de Nederlandse. Naarmate het totale pensioeninkomen stijgt, lopen de verschillen tussen beide landen terug. Reken niet met vuistregels van kennissen: het regionale deel, je leeftijd en je gezinssituatie maken het verschil groter dan mensen verwachten.

De aangiftegrens van 22.000 euro geldt hier vaak niet

In Spanje hoeft wie minder dan 22.000 euro per jaar van één inhoudingsplichtige betaler ontvangt geen aangifte te doen. Een Nederlands pensioenfonds en de SVB houden in Spanje niets in en gelden niet als zo'n betaler. Bij inkomen uit het buitenland of uit meerdere bronnen valt de grens veel lager uit. Ga er daarom niet van uit dat een bescheiden AOW je van de Spaanse aangifte vrijstelt. Laat dit in je eerste jaar door een gestor of fiscalist beoordelen.

Hoe de Spaanse en de Nederlandse aangifte verder op elkaar ingrijpen, staat in ons dossier over dubbele belasting tussen Nederland en Spanje.

Het nieuwe verdrag: wat er wel en niet vaststaat

Dit is het onderwerp waarover aan bars en keukentafels het meest wordt gespeculeerd, dus het is nuttig om te scheiden wat bekend is van wat rondzingt.

Wat vaststaat: Nederland en Spanje hebben na jaren onderhandelen ambtelijke overeenstemming bereikt over een nieuw belastingverdrag. In de Kamerbrief van het ministerie van Financiën van 23 april 2026 wordt Spanje genoemd als land waarmee een akkoord is bereikt en waarvoor een ondertekeningsmoment wordt gepland. Ondertekening heeft dus nog niet plaatsgevonden, en daarna moeten beide parlementen het nog goedkeuren voordat het in werking treedt. Tot dat moment geldt onverkort het verdrag uit 1971.

Wat rondzingt maar niet officieel is: een drempelbedrag van 15.000 euro per jaar, waarboven Nederland weer zou mogen heffen over pensioen en AOW. Dat bedrag komt uit vergelijkbare recente verdragen, waaronder het gewijzigde verdrag met Duitsland dat per 1 januari 2026 in werking is getreden. De definitieve verdragstekst met Spanje is niet gepubliceerd, dus dat bedrag is een verwachting en geen recht.

De richting is wel duidelijk. Nederland zoekt in moderne verdragen vaker bronstaatheffing op pensioenen, met als argument dat de opbouw in Nederland fiscaal aftrekbaar was terwijl de uitkering buiten bereik raakt zodra iemand emigreert. Het CPB raamt de jaarlijkse derving op ruim 100 miljoen euro.

Wat dat voor jou zou betekenen hangt vooral af van de hoogte van je pensioen. Op basis van de ervaringen met het Duitse verdrag merken gepensioneerden met een totaalinkomen onder de drempel weinig tot niets. Bij een pensioen rond 30.000 euro wordt gerekend op een nadeel in de orde van 1.500 euro per jaar, en bij inkomens rond 80.000 euro kan het oplopen tot 10.000 euro of meer. Dat zijn indicaties op basis van een ander verdrag, geen berekeningen voor jouw situatie.

Praktisch gezien is er nu weinig reden tot haast en veel reden tot voorbereiding. Breng in kaart hoe je pensioeninkomen is opgebouwd, welk deel een overheidspensioen is en wat je vorig jaar in Spanje daadwerkelijk aan IRPF hebt betaald. Dat is het vertrekpunt waar een fiscalist mee verder kan zodra de tekst er ligt. Wie nu al plannen omgooit, doet dat op basis van een bedrag dat nergens officieel staat.

Zorg en de woonlandbijdrage

Aan je pensioen hangt ook je zorg. Woon je in Spanje en ontvang je alleen een Nederlandse uitkering zoals AOW, dan kun je via het S1-formulier toegang krijgen tot de Spaanse publieke zorg, waarbij Nederland een woonlandbijdrage inhoudt in plaats van de gewone zorgpremie. Ga je in Spanje werken, dan verschuift je verzekering naar het Spaanse stelsel en vervalt die route. Hoe dat precies loopt en wat je zelf moet aanvragen, staat in ons dossier over zorg regelen in Spanje.

Hoeveel pensioen heb je nodig

Een volledige AOW voor een alleenstaande komt op ruim 21.200 euro bruto per jaar, voor een stel samen op bijna 29.150 euro. Wat daar netto van overblijft hangt af van je Spaanse aanslag, en wat je ermee kunt van waar je gaat wonen. Aan de Costa Blanca liggen de vaste lasten lager dan in Madrid of Barcelona, maar de verschillen binnen een regio zijn groot: een appartement in het binnenland en een villa aan zee zitten in een andere orde van grootte.

Reken bij je begroting niet alleen met boodschappen en huur. De terugkerende posten die Nederlanders onderschatten zijn de IBI, de gemeenschappelijke kosten van een urbanisatie, een auto die je in Spanje harder nodig hebt dan in Nederland, en vliegtickets naar familie. Voor de opbouw van die posten is het overzicht van de kosten van levensonderhoud het startpunt, en voor de vaste lasten van een eigen woning de jaarlijkse kosten van een huis in Spanje.

Veelgestelde vragen

Blijf ik AOW ontvangen als ik in Spanje ga wonen?

Ja. De SVB betaalt je AOW uit naar een Nederlandse of een Spaanse rekening. Je Spaanse woonplaats verandert niets aan het recht of aan het bedrag. Wel moet je je adreswijziging doorgeven, en de SVB kan periodiek een bewijs van in leven zijn vragen.

Betaal ik dubbel belasting over mijn pensioen?

Nee. Het belastingverdrag wijst per soort pensioen één land aan. Onder het huidige verdrag belast Spanje je AOW en je particuliere pensioen, en belast Nederland een pensioen uit een vroegere overheidsbaan. Vraag wel een vrijstelling van loonheffing aan, anders wordt er in Nederland toch ingehouden en moet je het terugvragen.

Hoeveel AOW verlies ik door een paar jaar in Spanje?

Twee procent voor elk jaar dat je niet verzekerd bent. Vijf jaar kost dus 10 procent van de volledige AOW, levenslang. Je kunt dit voorkomen door je binnen een jaar na vertrek vrijwillig te verzekeren bij de SVB.

Krijg ik een Spaans pensioen als ik er maar een paar jaar heb gewerkt?

Mogelijk wel. Voor het recht op een Spaans pensioen tellen je Nederlandse verzekeringsjaren mee, zodat je ook zonder 15 Spaanse jaren aan de drempel kunt komen. Het bedrag wordt echter alleen berekend over de jaren die je in Spanje hebt afgedragen, dus het blijft een klein pensioen.

Moet ik mijn pensioen in twee landen aanvragen?

Nee. Je dient de aanvraag in in het land waar je woont, en die instantie schakelt het andere land in. Woon je in Spanje, dan loopt het via het Instituto Nacional de la Seguridad Social.

Gaat het nieuwe belastingverdrag mij geld kosten?

Dat hangt af van de hoogte van je pensioen en van een verdragstekst die nog niet is gepubliceerd. De verwachting is dat lagere pensioenen buiten schot blijven en dat het nadeel oploopt bij hogere inkomens. Zolang het verdrag niet is ondertekend en geratificeerd, verandert er niets aan je huidige situatie.

Geldt dit ook voor Belgen?

Nee. België heeft een eigen belastingverdrag met Spanje, met eigen regels voor pensioenen. De opbouw van het Belgische wettelijk pensioen werkt bovendien anders dan de Nederlandse AOW, want die is gekoppeld aan loopbaanjaren en niet aan wonen.

Verder in dit dossier

Bronnen

  • Sociale Verzekeringsbank, informatie over AOW-bedragen per 1 juli 2026, opbouw en de vrijwillige verzekering buiten Nederland.
  • Belastingverdrag tussen Nederland en Spanje van 16 juni 1971, in het bijzonder de bepalingen over particuliere pensioenen en overheidspensioenen.
  • Ministerie van Financiën, Kamerbrief van 23 april 2026 over lopende en afgeronde onderhandelingen over belastingverdragen.
  • Seguridad Social, voorwaarden en leeftijden voor de pensión de jubilación op grond van artikel 205 en de zevende overgangsbepaling van de Ley General de la Seguridad Social.
  • Agencia Tributaria, regels voor de IRPF over rendimientos del trabajo, het mínimo personal en de aangifteplicht.
  • Europese coördinatieverordening voor sociale zekerheid, over samentelling van verzekeringstijdvakken en de pro-rataberekening.

Bedragen, premies en leeftijdsgrenzen in dit dossier gelden voor 2026 en worden jaarlijks aangepast. Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Spanje is op het moment van schrijven nog niet ondertekend en de tekst is niet openbaar; bedragen die daarover circuleren zijn verwachtingen. Bij een pensioen uit meerdere landen, een overheidspensioen of een lijfrente is advies van een fiscalist met kennis van beide stelsels verstandig.